Ronald Kool op 1 maart 2026 | Reageer
Onze cliënt vreesde voor een rijontzegging nadat hij was gedagvaard om voor de Kantonrechter te verschijnen na een snelheidsovertreding. Door een foutieve meting van de snelheid, werd hij vrijgesproken.
In het proces-verbaal had de politie uitvoerig beschreven op welke wijze de snelheid was vastgesteld. Daarbij werd vermeld dat gebruik was gemaakt van geijkte apparatuur in de vorm van een mobiele trajectcontrole. De verbalisanten legden nauwkeurig vast hoe de meting was uitgevoerd, waardoor het op het eerste gezicht leek alsof de snelheid met grote precisie en betrouwbaarheid was vastgesteld.
Bij nadere bestudering van het dossier bleek echter iets opvallends. Helemaal aan het einde van het proces-verbaal stond vermeld dat de snelheid van de auto van onze cliënt in werkelijkheid helemaal niet rechtstreeks was gemeten. De verbalisanten hadden de snelheid afgeleid van een andere auto waarvan de snelheid wél met de mobiele trajectcontrole was vastgesteld.
De Kantonrechter oordeelde dat deze werkwijze onvoldoende betrouwbaar was en niet als bewijs kon dienen voor de vermeende snelheidsovertreding van onze cliënt. Het gevolg: vrijspraak.